Hét adviesbureau voor bedrijven en overheid op het gebied van bouwkunde, brandveiligheid en ecologie.
Home | Opdrachtgevers| Bouwkunde | Brandveiligheid | Ecologie | Bouwbiologie | Links

Ecologisch tuinieren

Bij ecologisch tuinieren worden geen kunstmest en chemische bespuitingsmiddelen gebruikt. Kunstmest is een chemische combinatie van Stikstof (N), Fosfaat (P2O5) en Kalium (K), Magnesium (MgO) of Zwavel (S). Planten groeien hier goed van echter het bodemleven (micro organismen) wordt om zeep geholpen. De bodem verarmt doordat er geen humus meer wordt omgezet en de waterdoorlatendheid van de bodem neemt af. Kunstmest is dus niet ecologisch verantwoord en kan vervangen worden door organische meststoffen waar van nature de benodigde chemische stoffen in zitten.

Composteren
Om planten goed te laten groeien is compost nodig. Deze kun je vrij eenvoudig zelf maken.
Zet de composthoop- of bak en de juiste plek.

U kunt compost maken met behulp van een compostcontainer of u kunt zelf een composthoop maken. Zoek hiervoor het liefst een plaatsje uit een beetje in de schaduw. Voor het beste resultaat graaft u de gekozen plek 20 centimeter diep af.
De meest eenvoudige manier is het slaan van vier paaltjes in een vierkant van 1 meter bij 1 meter in de grond, waartussen u planken spijkert (de één aan de buitenzijde, de andere daarboven aan de binnenzijde enzovoort: dit doet u om een goede beluchting te krijgen.)

Wat mag er op de composthoop?
Tuinafval verteert sneller als het in kleine stukken is geknipt. Ongekookte groenteresten, koffiedik, theezakjes en fruitresten kunnen ook op de composthoop. Sinaasappel- of aardappelschillen kunt u beter niet gebruiken: die kunnen met een chemisch middel of kleurstoffen zijn behandeld en dat kan het verteringsproces verstoren. Dit geldt ook voor niet biologisch gekweekte snij-bloemen.

Wortelonkruiden zoals kweek en zevenblad kunt u beter niet op de composthoop gooien. Ook onkruid dat door zaden wordt verspreid kunt u beter in de groene gft-bak van de gemeente gooien. In een composthoop loopt de temperatuur soms niet hoog genoeg op om alle onkruiden en zaden te verteren. Deze grens ligt ongeveer bij de 65 graden Celsius.

Het composteringsproces
Een composthoop moet vooral luchtig zijn. Hoe luchtiger en hoe fijner het materiaal is, des te sneller zal het composteren. Wissel het materiaal af zodat er om en om laagjes gras, blad en tuin- en keukenafval op terechtkomen.

De composthoop moet goed vochtig zijn. Om dit te toetsen, neemt u een handvol materiaal uit de hoop en knijpt erin. Wanneer er enkele druppels water tussen uw vingers doorsijpelen, is het goed. Als de hoop te nat is, kunt u droog materiaal toevoegen en dit luchtig omscheppen. Als de hoop te droog is, voegt u water toe. Uitdroging voorkomt u door een flinke laag stro of een jutezak op de composthoop te leggen.

Het composteringsproces kent twee fasen. In de eerste fase ontstaat broei. De warmte wordt geproduceerd door bacteriën die voor een snelle afbraak van het organische materiaal zorgen. Dit proces kunt u versnellen door de hoop tussentijds om te scheppen. Na afloop van deze fase zakt de hoop in elkaar. Nu moet u de hoop helemaal door elkaar scheppen. Hierna volgt de tweede fase, de rijping en is geen herkenbaar materiaal meer aanwezig. Tijdens dit proces moet u de hoop tegen inregenen beschermen. Als de hoop gerijpt is, moet de compost bruin tot bruinzwart zijn en een beetje zoet ruiken. Het hele proces duurt meestal minder dan een jaar.

 

 



 









Postbus 1288
6040 KG Roermond
Tel. 06 10 707 990