Hét adviesbureau voor bedrijven en overheid op het gebied van bouwkunde, brandveiligheid en ecologie.
Home | Opdrachtgevers| Bouwkunde | Brandveiligheid | Ecologie | Bouwbiologie | Links

Over brand

Hoe ontstaat brand? Voor het ontstaan van brand zijn drie factoren bepalend:

- de aanwezigheid van brandbare stoffen (vuurlast),
- de aanwezigheid van voldoende zuurstof en
- een voldoende hoge temperatuur.

Bij een voldoende hoge temperatuur komen gassen vrij uit het brandbare materiaal (pyrolyse). Deze hete gassen mengen zich met de in de omgevingslucht aanwezige zuurstof. Er kan dan op twee manieren brand ontstaan;

1. Bij de aanwezigheid van een ontstekingsbron, zoals een vonk, zal het gasmengsel gaan branden als de (omgevings)temperatuur de ontbrandingstemperatuur van het brandbare materiaal heeft bereikt.

2. Het brandbare materiaal kan ook spontaan gaan branden als de zelfontbrandingstemperatuur is bereikt. Er is nu geen ontstekingsbron nodig. Elk type materiaal heeft een soortelijke (zelf)ontbrandingstemperatuur.

In een ruimte waar vlammen aanwezig zijn, is de stralings-intensiteit van de brand het grootst. In een afgesloten ruimte kan de temperatuur vlak onder het plafond in de eerste minuten na het ontstaan de brand stijgen tot 1000-1200°C. Door deze hittestraling gaan ook andere materialen in de ruimte uitgassen. Tevens komen verrbrandings-producten vrij, zoals koolmonoxide (CO) en roet (onverbrande koolstofdeel-tjes), deze zijn zichtbaar als rook. De (warme) rook verplaatst zich naar boven en bij een voortdurende rookontwikkeling zal de rooklaag onder het plafond in volume toenemen. Een afgesloten ruimte (bijvoorbeeld een kantoorruimte) kan binnen enkele minuten volledig met rook zijn gevuld.

Wanneer de temperatuur in de rooklaag boven in de ruimte voldoende hoog is en indien er voldoende zuurstof aanwezig is, kunnen de roetdeeltjes ontsteken, ofwel kan een flashover ontstaan. Een flashover vindt plaats bij een temperatuur van ongeveer 600°C op plafondhoogte. De exacte temperatuur waarbij een flashover plaatsvindt is afhankelijk van de specifieke samenstelling van het gas-luchtmengsel en is bij iedere brand anders. Op het moment van een flashover zullen bijna alle brandbare materialen in de ruimte bij de brand betrokken zijn en is er sprake van een volledig ontwikkelde brand.
Wanneer het grootste deel van de zuurstof in de ruimte bij de brand is verbruikt, stopt het verbrandingsproces en daalt de temperatuur in de ruimte. Het vlammenfront wordt kleiner en de brand gaat over in de smeul-fase.

Dood bij brand wordt doorgaans veroorzaakt door inhalatie van rook en giftige gassen, ruimschoots voordat de flashover plaats vindt.

Bron NIFV, Verkenning van simulatiemodellen: Brand- en rookontwikkeling, evacuatie- en interventiemodellering. Versie 442N6001/30/08/06

 









Postbus 1288
6040 KG Roermond
Tel. 06 10 707 990