Hét adviesbureau voor bedrijven en overheid op het gebied van bouwkunde, brandveiligheid en ecologie.
Home | Opdrachtgevers| Bouwkunde | Brandveiligheid | Ecologie | Bouwbiologie | Links

Reacties op brand

Er zijn diverse reacties op een brand mogelijk. De brandweer of installaties kunnen zorgdragen voor ventilatie of gaan blussen. Personen die door de brand bedreigd worden kunnen vluchten.

Voor brandbestrijding wordt meestal water toegepast. De waterbehoefte voor de bestrijding van een brand is volgens het 'Brandbeveiligingsconcept Beheersbaarheid van brand' afhankelijk van de hoeveelheid vuurlast die in een gebouw aanwezig is [BZK, 1995/2007]. Als er een grote hoeveelheid vuurlast bij de brand betrokken is, waardoor er sprake is van hoge mate van hittestraling, is er voor de brandbestrijding veel water nodig.
De bluscapaciteit van een brandweerkorps bepaalt mede de toepasbaarheid van een brandbestrijdingstactiek. Er bestaat een ultrasnelle brand, een snelle brand, een gemiddeld snelle brand en een langzame brand. Een "ultrasnelle brand" is bijvoorbeeld de brandontwikkeling van een plasbrand.

Een dergelijke brand kan bijvoorbeeld voorkomen in een industrie-gebouw waarin brandbare vloeistoffen of kunststoffen zijn opgeslagen.

Een snelle brand kan voor komen in een kantoorgebouw, een middelsnelle brand in een ziekenhuis en een langzame brand in een schoolgebouw. (Vluchtwegaanduiding conform NEN 6088)

Evacuatie

Met betrekking tot evacuatie zijn er twee aspecten van belang. Enerzijds is de aanwezigheid en ontwikkeling van een levens-bedreigende situatie bepalend voor de noodzaak voor evacuatie. Anderzijds is de tijdige verplaatsing van de bedreigde per-sonen vanuit de bedreigde omgeving naar een veilige omgeving bepalend voor de overlevingskans.
De dreiging die uitgaat van een brand in een gebouw hangt af van de locatie en omvang van de brand en de snelheid van de branduitbreiding. De beschikbare veilige ontruimingstijd kan bijzonder beperkt zijn. Bij de ramp in Bradford ontwikkelde de brandsituatie zich binnen twee en kwart minuten tot een levensbedreigende situatie. Zo wordt de snelheid van brand- en rookontwikkeling door veel mensen onderschat. Ook het verstikkende gevaar van rook wordt veelal niet onderkend.

Verder blijkt uit diverse evaluaties dat mensen bij onverwachte gebeurtenissen in eerste instantie vasthouden aan de rolverwach-tingen die passen bij de functie van het gebouw waarin zij zich bevinden, en het gevaar negeren.

Een ander aspect dat de aandacht voor brandgevaar beïnvloedt is het stressniveau. Mensen kunnen een beperkte hoeveelheid informatie verwerken. Wanneer de informatie-verwerkingscapaciteit wordt over-schreden, is het nodig dat het individu een selectie maakt uit de informatie. Dit betekent dat hoe meer activiteiten worden uitgevoerd voordat een brand uitbreekt – dus hoe hoger het stressniveau – hoe kleiner de capaciteit om de signalen van brand te herkennen. Dit houdt in dat gestreste mensen langzamer reageren op signalen van gevaar. Verder reduceren omgevingsgeluid en vermoeidheid de aandacht voor brandgevaar.

Uit experimenten is gebleken dat groepen mensen veelal niet direct reageren op de eerste tekenen van brand (vreemde geur, geluid of bewegingen) of op alarmsignalen, maar dat het enige minuten duurt voordat er beweging komt in de mensenmassa.

Verder is uit experimenten gebleken dat de uitgangen die in de normale situatie gebruikt worden ook bij evacuatie het meest gebruikt worden. Nooduitgangen die in de normale situatie niet gebruikt worden, blijken bij een evacuatie relatief minder te worden gebruikt.

Bron NIFV, Verkenning van simulatiemodellen: Brand- en rookontwikkeling, evacuatie- en interventiemodellering. Versie 442N6001/30/08/06

 

 









Postbus 1288
6040 KG Roermond
Tel. 06 10 707 990